Wanneer je wieg tussen de auto's staat en die auto's ook nog van het merk Renault zijn, is het niet helemaal onverwacht dat de thema's auto en Frankrijk in je verdere leven een rol gaan spelen. Een vroeg souvenir is dat mijn vader thuis kwam uit Parijs, waar de dealerintroductie van een nieuwe Renault (16) had plaatsgevonden. Hij vertelde van een héél hoge toren, hoger dan onze kerktoren, helemaal gemaakt van reuze-meccano. Dat gaat het voorstellingsvermogen van een 5-jarig jochie natuurlijk vèr te boven! Ik nam mij voor: zo'n meccano-doos wil ik ook. Maar bovenal: van dat Parijs moet ik meer weten. Dat hij ook iets vertelde over een rode molen ontging mij natuurlijk...
Vele model-introducties en meccanodozen later. 1981. Een stage voor de studie aan de Autotechnische School Apeldoorn voerde mij naar Gap, prefecture van de Hautes-Alpes, schitterend gelegen aan de Route Napoléon en broeinest van auto-sportiviteit. We leefden ons uit in de rally-sport, met de Rally Monte Carlo als meest prominent evenement. Meerdere lokale teams reden mee, maar voor de meesten -en zeker voor mij- werden de budgetten toen helaas al te hoog.
Gisteren is de 76e editie van de Monte Carlo gefinished. Het is nog steeds één van de rally's die meetelt voor de WRC (World Rally Championship). Inmiddels is het een race geworden van het Grote Geld. Enkele fabrieksteams strijden om de eer. Plaatselijke grootheden zijn naar kleinere, regionale evenementen uitgeweken. Maar het spektakel is er nog immer. De Col de Turini zat er natuurlijk weer in en Sebastien Loeb won zijn 5e Monte Carlo op overtuigende wijze.
Onderstaand filmfragment geeft een indruk van wat zich in de auto afspeelt. De copiloot leest zijn pacenotes op om de coureur aan te wijzen wat hen te wachten staat. In dergelijke omstandigheden zo cool te blijven vereist zeer bijzondere vaardigheden. Zelf heb ik dit ook wel geprobeerd, maar wanneer je met meer dan 100 km/u over smalle bergweggetjes geslingerd wordt, met links een rotswand en rechts een onpeilbaar diep ravijn én je probeert je aantekeningen voor te lezen is de kans groot dat je maaginhoud de binnenkant van je helm vult en het lezen onmogelijk maakt....
maandag 28 januari 2008
zondag 20 januari 2008
Hoe start je een blog?
Help, ik heb de stap gemaakt. Al jaren zwerf ik veel in Frankrijk. Maak dingen mee waarvan ik denk: dit moet ik opschrijven. Vastleggen. Delen. Zonder me ooit ècht af te vragen of het anderen wel interesseert. Gewoon schrijven. L'art pour l'art, maar dan op mijn eigen eenvoudige manier, zonder kunstzinnige pretenties.
Het zal dus zeker over Frankrijk gaan. Aan dit land heb ik mijn hart verpand. De mensen, de taal, de wijze van leven. Heb er veel mooie momenten beleefd en vriendschappen gesloten. Geleerd afstand te nemen, de ratrace te relativeren. 'Neem toch niet alles zo zwaar'. De beste remedie tegen nekpijn is regelmatig je schouders ophalen. Je m'en fous. Om die vreselijke directe benadering af te leren, waar wij Nederlanders ten onrechte soms zo trots op zijn. Leren dat het ook op een vriendelijker manier kan, beleefder, gecultiveerder. Niet voor niets gebruiken we in het Nederlands woorden en uitdrukkingen als 'savoir vivre' of 'bon vivant' en leven we 'als god in Frankrijk'.
Als je dan weer in Nederland bent pas je je snel aan. Je bent er tenslotte opgegroeid. Waardeer je bv. toch ook wel weer de doelmatigheid van een eenvoudige lunch. Of de snelheid waarmee je tot zaken kunt komen. Totdat de culturen door elkaar lopen. Vorige week had ik een lunch met bedrijfsrelaties, waarvan enkele Fransen. De (kleine-, want lunch)kaart was niet in het Frans, dus aan mij de taak de gasten te adviseren. Omelet (nee, onze champignons zijn géén cèpes) en salade laten zich eenvoudig vertalen, 'uitsmijter verschrikkelijk' behoeft enige uitleg maar de vraag naar de regionale specialiteiten zette me een beetje met de mond vol tanden. Met een broodje nagelhout kom je tenslotte niet echt voor de dag.
Het leven van alledag heeft in Frankrijk ook zijn minder aangename kanten, zeker als je er ondernemer bent. Ondernemers staan er niet hoog in de sociale rangorde. Tenzij je een grote ondernemer bent, maar dan ben je in elk geval al veel langer een bedreven politicus. Je bent pas echt iemand als je ambtenaar bent. Ondernemingen waar iedereen graag wil werken zijn overwegend (ex)staatsbedrijven. De arrogantie van ambtenaren is spreekwoordelijk en kan in het gunstigste geval worden gekwalificeerd als 'aan tegenwerking grenzende passiviteit'. Dit maakt het ondernemen in Frankrijk af en toe tot een ontmoedigende bezigheid. Maar gelukkig komt hier langzaam verandering in. Ik hoop dat de gunstige ontwikkelingen doorzetten.
Staat u mij toe nog even een (franse) slag om de arm te houden.
Het zal dus zeker over Frankrijk gaan. Aan dit land heb ik mijn hart verpand. De mensen, de taal, de wijze van leven. Heb er veel mooie momenten beleefd en vriendschappen gesloten. Geleerd afstand te nemen, de ratrace te relativeren. 'Neem toch niet alles zo zwaar'. De beste remedie tegen nekpijn is regelmatig je schouders ophalen. Je m'en fous. Om die vreselijke directe benadering af te leren, waar wij Nederlanders ten onrechte soms zo trots op zijn. Leren dat het ook op een vriendelijker manier kan, beleefder, gecultiveerder. Niet voor niets gebruiken we in het Nederlands woorden en uitdrukkingen als 'savoir vivre' of 'bon vivant' en leven we 'als god in Frankrijk'.
Als je dan weer in Nederland bent pas je je snel aan. Je bent er tenslotte opgegroeid. Waardeer je bv. toch ook wel weer de doelmatigheid van een eenvoudige lunch. Of de snelheid waarmee je tot zaken kunt komen. Totdat de culturen door elkaar lopen. Vorige week had ik een lunch met bedrijfsrelaties, waarvan enkele Fransen. De (kleine-, want lunch)kaart was niet in het Frans, dus aan mij de taak de gasten te adviseren. Omelet (nee, onze champignons zijn géén cèpes) en salade laten zich eenvoudig vertalen, 'uitsmijter verschrikkelijk' behoeft enige uitleg maar de vraag naar de regionale specialiteiten zette me een beetje met de mond vol tanden. Met een broodje nagelhout kom je tenslotte niet echt voor de dag.
Het leven van alledag heeft in Frankrijk ook zijn minder aangename kanten, zeker als je er ondernemer bent. Ondernemers staan er niet hoog in de sociale rangorde. Tenzij je een grote ondernemer bent, maar dan ben je in elk geval al veel langer een bedreven politicus. Je bent pas echt iemand als je ambtenaar bent. Ondernemingen waar iedereen graag wil werken zijn overwegend (ex)staatsbedrijven. De arrogantie van ambtenaren is spreekwoordelijk en kan in het gunstigste geval worden gekwalificeerd als 'aan tegenwerking grenzende passiviteit'. Dit maakt het ondernemen in Frankrijk af en toe tot een ontmoedigende bezigheid. Maar gelukkig komt hier langzaam verandering in. Ik hoop dat de gunstige ontwikkelingen doorzetten.
Staat u mij toe nog even een (franse) slag om de arm te houden.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
