Minder mondain, maar minstens even plezierig heb ik demonstraties ervaren op twee industriële lokaties; één op een chemische site in de buurt van Charleroi en één op een fonderie (ijzergieterij) zuidelijk van Luik. Wat me op beide plaatsen opviel is een gewoonte die zeker niet Nederlands is, maar die ik ook uit Frankrijk, zelfs het zuiden, niet zo ken: mannelijke collega's die elkaar begroeten met een zoen. Geen hand, één zoen. Allemaal, voor zover op hetzelfde niveau: werklui met werklui en chefs met chefs. Want verschil moet er zijn.
dinsdag 8 juli 2008
Wallonië (2)
Tussen Frankrijk en Nederland liggen twee landen: Vlaanderen en Wallonië. In het ene land spreken ze een soort Nederlands, in het andere een soort Frans. Het één lijkt onverwacht niet op Nederland en het ander even toevallig niet op Frankrijk. Fransen en Nederlanders verbazen zich daar wel over, ze denken, dat wanneer hun taal er -ongeveer- gesproken wordt, dat het dan wel heel veel op hún land zal lijken. Zelf heb ik ten overstaan van een vlaams gezelschap ooit gewag gemaakt van het waals en het koeterwaals. Net voordat ze me de zaal dreigden uit te honen kon ik gelukkig nog de draai maken dat het een grapje was; de vlamingen winnen immers alle taalkwizzen? Voor mij was België -eerlijk is eerlijk- jarenlang een barrière op weg van Nederland naar Frankrijk vice-versa. Autoroutes die van een karrespoor meer weg hebben dan van moderne infrastructuur en steden als Luik en Antwerpen waarvan je als automobilist nou niet direct de meest aantrekkelijke kanten ziet. Inmiddels kom ik er vaker en begin ik het meer en meer te waarderen. Onbekend maakt onbemind, zo leer ik. Pas nog was ik in de oude binnenstad van Luik, voor een demonstratie van een elektrovoertuig. Een stadsbeeld dat zich met veel andere grote steden kan meten, inclusief imposante gebouwen langs de kade en de bruggen met vergulde beelden. En een eerste kennismaking met de cultuur van de bobo's (bourgeois-bohème), die wonen in steegjes en hofjes in de wijk Hors-Château tegen de heuvel onder de citadelle. Daarover verwacht ik binnenkort meer te kunnen vertellen.
Minder mondain, maar minstens even plezierig heb ik demonstraties ervaren op twee industriële lokaties; één op een chemische site in de buurt van Charleroi en één op een fonderie (ijzergieterij) zuidelijk van Luik. Wat me op beide plaatsen opviel is een gewoonte die zeker niet Nederlands is, maar die ik ook uit Frankrijk, zelfs het zuiden, niet zo ken: mannelijke collega's die elkaar begroeten met een zoen. Geen hand, één zoen. Allemaal, voor zover op hetzelfde niveau: werklui met werklui en chefs met chefs. Want verschil moet er zijn.
Minder mondain, maar minstens even plezierig heb ik demonstraties ervaren op twee industriële lokaties; één op een chemische site in de buurt van Charleroi en één op een fonderie (ijzergieterij) zuidelijk van Luik. Wat me op beide plaatsen opviel is een gewoonte die zeker niet Nederlands is, maar die ik ook uit Frankrijk, zelfs het zuiden, niet zo ken: mannelijke collega's die elkaar begroeten met een zoen. Geen hand, één zoen. Allemaal, voor zover op hetzelfde niveau: werklui met werklui en chefs met chefs. Want verschil moet er zijn.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

5 opmerkingen:
Carl en dan nog zeggen dat je niet vaardig bent met de pen. Oli4 kan je zo inhuren voor plaatselijke of regionale nieuwtjes. Je kan natuurlijk ook voor jezelf beginnen.
Doe je natuurlijk al maar dan op een ander vakgebied. Ga door je hebt talent. Hier zeggen ze,weet je wat jij moet doen ga is even langs de kamer van koophandel.
Leuke stukjes heb je geschreven.
He Carl, dat zijn leuke verhalen! Zeker omdat je er vanuit je werk vertelt over de cultuur(verschillen) is het interessant. In mijn Maastrichtse periode kwam ik geregeld in Luik. Het had in Maastricht een naam vanwege het uitgaan, in Maastricht zeiden ze dan: 'en es dr niks te poppen valt, dan gaon we maor nao Luik'. Waarbij poppen dan een met slapen gerelateerde bezigheid is.
Het Luikse etablissement Les Olivettes (ik geloof dat het nog bestaat) was legendarisch, buurtbewoners die begeleid door een stokoude pianiste chansons brachten. Oude dames die Piaf zongen, heren die Trenet deden en de lokale travo die met veel boa's en veren natuurlijk Dalida nazong.
Fascinerend, die rituelen rond begroeting. Dat kussen van die mannen - ik denk dat het meer onhelzen is- vind ik wel een mooie gewoonte. Net als die Franse jongeren die ik, toen ik voor het eerst in Frankrijk was, tot mijn verbazing elkaar handen zag geven. In elk geval beter dan ons Nederlandse vaag-gezwaai met hallo en doei allemaal.
Het clichee is dat noorderlingen afstandelijk zijn en zuiderlingen meer fysiek maar er verandert veel. Jongeren hier in de stad die hele ingewikkelde ritueeltjes hebben als ze elkaar begroeten, mannen die wel wat makkelijker bij mekaar in de buurt komen. Het is allemaal cultuur. Als je van een Duitse collega/counterpart post krijgt is de aanhef vaak "Lieber Francois", wat in onze cultuur weer ongemeen klef zou zijn. Enfin je verhaal roept veel op.
Leuke stuk heb je geschreven!
Wat ik in het Zuiden heb ervaren, is dat de mannen die elkaar zoenen meestal familie zijn van elkaar. Komt er familie te logeren uit een andere regio met een ander zoen reglement dan past de thuisbasis zich aan aan de gasten wat betreft het aantal zoenen. Maar dat laatste kan ik ook verkeerd hebben begrepen, dus hang me er niet aan op.
Over mannen-zoencultuur valt nogal wat te schrijven. Ik zal binnenkort eens nader onderzoek doen. Mijn Franse referentiekader is de regio Paca (Provence, Alpes, Côte d'Azur), waarbinnen het grootste deel van mijn Franse leven zich afspeelt. Twintig jaar geleden zoenden eigenlijk alleen mannelijke familieleden, en niet eens op grote schaal. Marseillais meer dan de noordelijken. Het correcte aantal (vv, mv en mm) was vier keer. Al snel werd dat 3x. Inmiddels is het begroeten-met-zoenen behoorlijk uitgebreid, zoenen ook goede vrienden elkaar en draai ik daarin normaal mee. Wat mij in Wallonië opviel en wat ik niet kende, is dat collega's elkaar met een zoen begroeten. Niet enkelen, die wellicht ook nog bevriend zijn, maar allemaal. De volle ceremonie van een omhelzing is het niet. De armen blijven laag, een hand geven is er niet bij. Het is juste de zoen met de wangen tegen elkaar in het voorbijgaan. Niet meer en niet minder.
Servus Fanzl,
Ja, die Duitsers kunnen er ook wat van. Blijven formeel tot in de puntjes maar permitteren zich wel dergelijke vrijheden. Ooit (opa spreekt) was ik met een groep te gast bij een club in Koblenz, uitgenodigd om wijn te proeven in een 'keller' aan de oever van de Moezel. Eén van hen was iets van ziekenhuisdirecteur. Toen zijn Krawatte afging sprak hij de legendarische woorden: Sie brauchen doch nicht zu sagen "Herr Doktor Obersanitätsrat. Sagen Sie doch nur Herr Doktor! Ja, we ontdooien wel!
Een reactie posten